Categorie archief: Western Australia

We crossed the Nullarbor!

Toen we in de vorige post Mandurah verlieten, was het plan duidelijk: richting Sydney. Van Dennis kregen we nog wat aanwijzingen mee hoe we best reisden, wat de highlights waren onderweg en waar het goedkoop tanken was.

De eerste avond kwamen we aan in Margeret River. Eerst stopten we nog eens in Bunburry, waar we de pier afwandelden en inkopen deden. Margeret River, surfers paradise, konden we wel smaken. De beach is er de place to be: heel veel surfers op de beste golven van de Westkust. We hebben het echter nog niet uitgeprobeerd. Misschien moeten we eerst enkele kneepjes leren van een kenner. ‘s Ochtends stonden we voor ‘t eerst sinds lange tijd terug op in onze ‘van’, deze keer op een parking van de supermarkt. Het was wat onwennig. De routine van ‘t kamperen zat er niet echt meer in. Maar een weekje later is dat helemaal terug, no worries!

Volgende punt op de kaart was Augusta, de toegangspoort tot Cape Leeuwin (genoemd naar een Hollands schip), waar de Indische en de Zuidelijke Oceaan elkaar ontmoetten. Er staat een mooie vuurtoren en je kan er plaatjes schieten voor de fotoalbum. Niet veel later waren we op weg naar Pemberton. Met tussenstop in Nannup, waar we even verfristen. In de streek van Pemberton zagen we vele bomen, die tot 65m hoog worden. Ook kun je er enkele beklimmen, maar we hielden het liever veilig bij de grond. Scared of heights, my dear! We konden even goed genieten van de prachtige bossen door er door te rijden of er een wandeling in te maken.

De attractie van de dag was een hangende brug tussen de kruinen van hoge bomen (The Valley of The Giants). De architect van ‘t spel had ‘t idee opgevat dat de brug moest wiegen zoals de bomen wiegen in de wind. Een leuke ervaring die echt werkt. Leen was er wel niet al te gerust in met haar knikkende benen…We zagen ook hele dikke bomen, bomen die uitbranden in de kern maar die blijven groeien aan de zijkanten van hun stam. Leuk, al bleef het wow-effect weg.

Na Denmark zetten we koers naar Albany, de volgende grote stad op de kaart. Daar bezochten we een windpark waar groene stroom opgewekt wordt. Op een plakkaat lazen we dat 55% van ‘t budget voor ‘t windpark naar Duitsland stroomde, leveranciers van de sleutelonderdelen. Ook de mooie kusten konden we appreciëren, hoewel er soms een reeds-gezien-gevoel is. Die avond sliepen we op een restarea ergens in de wheatbelt, de graanschuur voor Western Australia. In de ochtend reden we Stirlings National Park binnen waar we een wandeling wilden maken. Omwille van ‘extreme fire danger’ (temperaturen eind de 40 graden en veel warme wind), was de hoogste top afgesloten. Dan maar de numero duo van ‘t park. Een mooie, lastige tocht, maar beloond met mooie zichten op de bloemenvelden. Weliswaar zijn we iets te laat, maar hier en daar laat een plant piepen in zijn garderobe die ze normaal voor de lente houdt. Wat we toen nog niet wisten, maar dra ontdekten, was de hitte! De temperatuur steeg gedurende de dag zachtjes naar hoogtes die we enkel in het Noorden van Australië verwachtten. Eind de veertig graden op de thermometer doen zelfs de Australiërs zweten. In de bestuurscabine van de van klimt het over de 50 graden grens. Als we het hoofd koel kunnen houden, zijn we al content. Gisteren kochten we een verstuivertje, om de vijf minuten sproeien we elkaar nat, de wind doet de rest. We hebben het hier van de kleine dingen. Anyway, wat is de temperatuur bij jullie daar? ;)

The day after arriveerden we in Esperance, waar de zee verkoeling bood. De great ocean drive geeft je spectaculaire uitzichten op de Zuidelijke Oceaan. ‘s Avonds wilden we slapen in het National Park “Cape Legrand”, maar helaas was dit volzet (hollidays in Australië). We trokken de kiekjes en gingen terug naar Esperance.

‘s Ochtends zetten we vroeg koers richting Norseman om aan de grote road journey te beginnen: de Nullarbor (potjeslatijn voor ‘geen bomen’). Het gaat hier om een stuk snelweg (de enige manier om met een 2WD wagen van de West- naar de Oostkust te geraken). Het is bijna therapie: eindeloze wegen, eindeloze landschappen, lange stukken weg zonder draai (longest straight road in Australia: 146+ km), de bokkerende zon, hier en daar een bord dat waarschuwt voor wilde dieren (de alom bekende kangoeroe, wombats en de minder bekende kameel!). Een meditatie van drie dagen. En passant staken we de grens over met South Australia. Ook staken we terug enkele tijdsgrenzen over: momenteel 9 en een half uur tijdsverschil met België. Gisteravond arriveerden we eindelijk in Port Augusta.
Onderweg ontmoetten we een Bulgaarse familie die na 15 jaar in Perth gewoond te hebben beslist heeft om andere oorden op te zoeken (heading to Brisbane).

Toen we gisteravond gingen uitblussen in MacDo, ontmoetten we een Duits koppel. Zonder dat we ‘t doorhadden, was het kwart voor drie ‘s nachts. We besloten dan maar om voor de resterende vier uur nacht in onze slaaphut (gestationneerd op de parking van de truckers BP) door te brengen. Deze ochtend sliepen we niet langer dan de klok van zeven (lawaai, maar vooral vliegen en hitte zijn moeilijk te verdragen). We zien wel wat de dag brengt (en of we vandaag nog ons lichaam verplaatsen naar Adelaide)!

Auf Wiedersehen!
CorLeen.

Aussie 2010.01.11