Categorie archief: Northern Territory

Rode aarde, vliegen en kamelen!

Hi there,

alles ok daar? Wij zijn net terug van “the Rock”. Neen, niet Alcatraz, we gingen Sean Connery nog niet achterna, maar wel Ayers Rock. Ofte Uluru. Omdat blue-ie voor een goeie prijs van de hand gedaan werd, konden we het ons permitteren om een vlucht naar Alice Springs te boeken, in ‘t midden van Australië. Ook boekten we een tour, met het idee om het eens iets breder te nemen en het centrum van Australië op een goeie manier te zien.

Bij aankomst in Alice Springs viel het ons weer op hoe heet Australië was. De warmte verpletterde ons. Nadat we ons in de hostel in de bunkhouse geïnstalleerd hadden (een onfrisse kamer waar om 4u in de namiddag een Ier lag te ronken), gingen we naar ‘t centrum om de nodige inkopen te doen: een hoed tegen de hevige zon, een aantal flessen water en het avondeten + ontbijt. ‘s Ochtends stonden we vroeg op want om 6u kwam Sam the man, onze ‘Indiana Jones’, ons ophalen. Hij beloofde dat het hard ging worden en dat hij er ons ging doorslepen… De real outback experience dus!

De bus was gauw gevuld: 21 plekken. Met een speciale stift de namen op de ruiten schrijven, een beetje kennismaken en hop, weg waren wij! Na enkele tussenstoppen kwamen we aan in Kings Canyon, waar ons een grote wandeling te wachten stond. Drie uur in de hitte, maar zeker de moeite waard. Wat uitleg over de vegetatie: alle groen past zich aan om zo weinig mogelijk water te verbruiken: smalle bladeren die op ‘t heetst van de dag van de zon wegdraaien, takken die geen water meer aangevoerd krijgen en dus afsterven, een folie van zinkoxide rond de stam en takken om de zon beter te reflecteren, etc. De rode kleur van de aarde, de prachtige zichten, de gemoedelijke groep; factoren die het bezoek de moeite waard maakten.

Na Kings Canyon zetten we koers naar Curtin Springs, een station dat nog wat dichter bij Uluru ligt. Eerst nog wat hout gesprokkeld langs de weg om ‘s avonds een goed kampvuur te hebben. Aangekomen op de eigenlijke slaapplek bleek het te regenen. Het is misschien wel wetseason, maar eigenlijk regent het hier nauwelijks. Op regen was de organisatie echter niet voorbereid. We kregen allemaal een swag, waarin je je slaapzak steekt en hiermee onder de blote sterrenhemel slaapt. Er was wel een shelter, maar die was beter geschikt tegen fel zonlicht dan water uit de hemel… Na het avondmaal (een wokgerecht met een beetje vanalles in en véél kruiden) konden we dus in slaap vallen met een lichte regenval op ons hoofd. Een belevenis, dat wel, maar tentenkampen in België zijn een stuk beter voorbereid! Leen dacht dat ze in het leger terechtgekomen was (vooral omdat de canvaszakken nogal muf en camouflage-achtig waren…). ;)

‘s Ochtends stond iedereen een beetje mottig op: beetje wak gevoel, beetje mieren op je lichaam, beetje onheldere hemel. Gelukkig was er koffie in een vuil bakske en een beetje vliegen overal om ons op te kikkeren. Al gauw waren we terug de baan op om Kata Tjuta (The Olgas) te gaan bezichtigen. Weer genieten van de rode aarde, de mooie zichten, zaken uit de oude aboriginalcultuur leren, etc. Na de wandeling stond Sam de guide ons op te wachten met het middagmaal: een tafel vol met groenten en vlees om in wraps te steken. We hebben er geen foto’s van , maar ‘t zat vol met vliegen. Kwaliteit kan je ‘t niet echt noemen, maar de wraps smaakten toch. Misschien de volgende keer een stuk vliegengaas meenemen, Rocktours?

Hierna bezochten we het Cultural Centre waar meer te leren viel over de aboriginals. Persoonlijk vonden we het informatiecentrum in Kakadu een stuk interessanter, maar ‘t was toch de moeite om eens te bezichtigen. De infocentra geven vooral een beeld hoe de aboriginals vroeger leefden, de problematiek van vandaag wordt echter weinig aangeraakt. Het lijkt me iets te complex om alles op deze blog te zetten, maar over veertien dagen willen we dit gerust uitleggen!

Een cultuurwandeling later konden we genieten van de zonsondergang aan Uluru. Een vijftigtal bussen stoppen er (zonder overdrijven), iedereen haalt een fles alcohol boven en geniet van de zonsondergang. Een hoog tourgehalte, maar toch de moeite waard. ‘s Avonds sliepen we op een campground bij de resort. De regen bleef uit, ‘s avonds werd nog een spel gespeeld, de Zweden begonnen moppen te vertellen (humor verschilt van cultuur tot cultuur ;) ) en we konden genieten van een prachtige sterrenhemel vanuit onze swag. Slaapzacht!

Goedemorgen, 4u30 op’ t appel voor de zonsopgang bij Uluru. Dezelfde vijftig bussen gaan op een iets andere plek kijken naar de zonsopgang. Voor de betere tours met een champagneontbijt, voor de budgettours met een vuil bakske koffie en de grond om op te zitten. Na zonsopgang zat de tour bij Ayers Rock er op. 700 km rijden en een tocht op een kameel later stonden we terug in Alice Springs. ‘s Avonds werd afgesproken in de Rock bar, in handen van dezelfde mensen als de tourcomany (slimme mannen, die Aussies). Een 10 dollar meal achter de kiezen, enkele biertjes binnen en plots stond een meisje uit de tour te kussen met de tourguide… Allright! We hielden het hier voor bekeken en wandelden met ‘t Italiaans koppeltje terug naar Toddy’s, het hondenhok waar dezelfde Ier als drie nachten tevoren zijn nestje had…

De tour was misschien niet tip top in hygiëne en organisatie. We hadden echter een zeer goeie tijd, zagen prachtige dingen en konden nog eens goed leute maken met andere reizigers.

Terug in Sydney gingen we eten met Tom en zijn vriendin, die we via via leerden kennen. We hadden een leuke avond in de kebabzaak en kregen hun tent mee die we de komende dagen zullen kunnen gebruiken. Volgende, waarschijnlijk laatste (snif snif), post lichten we jullie in over onze trip naar Nieuw-Zeeland!

Corleen.

Ausie 2010.02.09