Categorie archief: Fruitpicking

Do the Monkey Monkey Mia!

Vorige post waren we geland in Carnarvon, de eerste grotere stad sinds Broome. Inkopen doen voor enkele dagen, eens aan de local beach liggen, wandelen op de jetty, sinterklaas vieren door chocolade te kopen, ‘t is eens een ander dieet dan de dagelijkse pasta! Carnarvon is gekend voor zijn boerderijen. Ze telen er veel groenten en fruit. Veel backpackers vinden er een jobke in de fruitpicking. We lieten het echter aan ons voorbijgaan en kozen om nog wat Zuidelijker te rijden. Die avond sliepen we op de Gladstone Scenic Lookout, een restarea waar er enkel een prachtig uitzicht is. Het is een heuvel net naast de baan, waar je kunt oprijden en er parkeren voor de nacht. We namen het avondeten tot ons, genoten van het mooie uitzicht, keken nog even naar de sterrenhemel en sloten de deur van blue-ie om in slaap gewiegd te worden door de wind die onze van doet wiebelen.

De dag erop weer op weg naar Shark bay, Wereld erfgoed in West Australië. Eerst namen we een kijkje in Hamelin pool, waar stromatolieten te bewonderen zijn. En wat zijn dat? Wel, ‘t is volgens wiki een vorm van afzettingsgesteente gebouwd door bacteriën. ‘t Zou één van de oudste levensvormen op aarde zijn. De stromatolieten kunnen in Hamelin pool overleven door ‘t vele zout, waardoor hun natuurlijke belagers afgeschrikt worden. Verder op de road konden we ook nog genieten van Shell Beach (een strand dat volledig opgebouwd is uit schelpen of schelp resten) en van Eagles Bluff, een plek waar het zeewater ondiep is. Vanop een klif kun je de bodem spotten. Bij hoogtij zijn er vele haaien te zien. Wij waren er helaas bij laagtij. We keerden ook niet meer terug, één keer dust road is meer dan genoeg voor de wagen. Die avond kwamen we aan in Denham, een stadje van zo’n 2000 mensen, waar we in het discovery centrum een mooie uitleg kregen van de historie van de West-kust van Australië. Toen Nederland met de VOC in de 17de eeuw naar Batavia (het huidige Jakarta, Indonesië) wilden, kozen ze vaak voor de snelste route die recht op West Australië voer. Hiermee vermeden ze de tocht door Portugees gebied (Madagascar), de weinige winden ten Oosten van Afrika en de warmte. Nadeel was echter dat sommige schepen vastgeraakten op de West Australische kust. Er kunnen hier dus nog schatten gevonden worden! Het museum in Denham was goed gedocumenteerd, voorzien van goede video’s, waardoor we dus de dag erop nogmaals moesten terugkomen om het allemaal goed te zien.

Die avond sliepen we ergens in Denham in een doodlopend straatje. De ochtend erop waren we al vroeg opgestaan om naar Monkey Mia te rijden. Dit resort is gekend voor het voeden van wilde dolfijnen. Een kudde toeristen die kijkt naar een kudde dolfijnen. Je krijgt er een verzorgde uitleg van een half uurtje, waarna sommige toeristen uitgepikt worden om de dolfijnen te voeden.

Na Monkey Mia zetten we koers naar Geraldton, een nog grotere stad sinds Carnarvon. Hier bleven we in totaal twee nachten. We gingen kijken naar hun mooie war memorial, opgericht voor de 600+ soldaten die stierven aan boord van de HMAS Sydney in de tweede wereldoorlog. Daarnaast ook een kerk van priester-architect John Hawes. In Europa zijn we echter zo goed bedeeld in mooie kerken, dat we de kerk maar niets vonden. ‘s Avonds passeerden we nog in een villawijk aan de kerstmiscompetitie waarbij buren zoveel mogelijk kerstversiering uithangen. Een raar gevoel, kerstmis in een warm land!

Na een nachtje op een parking bij één of ander community center bezochten we ‘t museum. Wederom, heel goed gedocumenteerd en goed naar voren gebracht. In de eerste zaal de plaatselijke flora en fauna, de tweede zaal over de aboriginals, vervolgens de scheepswrakken op de Westkust. In de tijdelijke tentoonstelling, in zaal vier, waren reuzachtige foto’s te zien van de vele mijnen in West-Australië. We dronken nog een fris pintje in de drive thru liquor store en aten het avondmaal op een van de vele check-de-zonsondergang-plekjes.

‘s Ochtends zetten we fris en gewassen (overal aan de beach zijn publieke douches) aan richting Cervantes, het stadje dat de ingang vormt voor de Pinnacles, rotsen die in de woestijn tevoorschijn komen. Een mooie setting, niet echt magisch, maar wel eens de moeite om door te rijden. De weg ernaartoe, door duinlandschappen, was al even mooi. ‘s Avonds reden we nog door naar Gingin, een slapend stadje, een uur verwijderd van Perth. We keken er naar de film Carrie, geen aanrader.

Perth vonden we direct sjiek. Dankzij Leen haar kalmte (en het kaartlezen van Corneel) konden we zo rijden tot in Kings Park, het grootste park van Perth, waar ook een stuk bush bijhoort. We werden uitgenodigd om de tour van de botanische tuin mee te pikken. Onze begeleidster was het type preuse oude madame die ons alle planten toonde en leuke weetjes vertelde. Eerst was het plan om gewoon wat te wandelen in de botanische tuin, maar achteraf waren we blij de geleide wandeling gedaan te hebben. Na de wandeling de stad in, op zoek naar een parkeerplaats. Moeilijk te vinden. Ergens in ‘t Noorden van de stad toch nog iets gevonden. In een nabij parkje was een protest bezig tegen uraniummijnen. We deden echter niet mee aan ‘t protest, evenals veel andere inwoners van Perth, dit deel van Australië verdient namelijk heel wat geld dankzij de mijnen. De Lonely Planet had een mooi wandelingetje uitgestippeld die we dan ook maar deden. Perth leek ons niet zo heel rijk in historie, maar leek ons wel een toffe stad om te wonen. Veel plaats, veel groen, de Swan river, bootjes op’ t water, goed weer, grootstad, … Get the picture. Nog even genieten van een Jazz concertje langs de kant van een boulevard, daarna in Blue-ie om ‘t strand van Perth te gaan verkennen. Omdat het zo warm was én vrijdagavond, hadden velen uit Perth besloten om nog even naar ‘t strand af te zakken voor zonsondergang. Enorme golven, waar veel weerwerk voor nodig is om op dezelfde plek te blijven in ‘t water. Blue-ie parkeerden we die nacht in een nieuwbouwwijk.

Dag twee in Perth spendeerden we eerst aan de beach, waarna we weer naar Perth trokken om er een galerie te bezoeken. De galerie had het weekend ervoor Margeret Priest, een kunstenares, op bezoek. Veel werk van haar was er dus tentoongesteld. De dag ervoor hadden we reeds het vrouwenstandbeeld in de botanic gardens gezien. Nu zagen we ook nog munten van haar, naast vele andere beeldhouwwerken. De moeite.

Na ‘t museum reden we door naar Fremantle, de haven van Perth. ‘s Avonds aten we de local budget dish: Fish ‘n chips. Fremantle, vroeger een ongekend havenstadje, werd beroemd in 1987. Vier jaar eerder won een zeilschip van Fremantle de beroemde America’s cup (na meer dan 100 jaar in Amerikaanse handen te zijn). Hierdoor mocht Freo de zeilrace organiseren in 1987. Dit bracht heel wat investeringen en publiciteit mee. Een uitstekend gedocumenteerd museum op Victoria quay geeft de geschiedenis van de Australia II (schip die de race won), naast andere historie rond de zee (Jon Sanders: voer drie keer solo zijn zeilschip rond de wereld), onderzeeërs, walvisjacht, traditioneel vissen, etc. Ook nog een tijdelijke tentoonstelling die de geschiedenis van het badpak toont. Heerlijk om in rond te lopen.

In de namiddag reden we door naar Mandurah, een uurtje van Freo verwijderd. Eerder hadden we contact gelegd met Dennis (ontmoetten we in Mission Beach, QLD) of we niet bij hem konden slapen voor enkele dagen. We zitten er nog steeds (zo’n weekje nu). Hans woont hier op twintig minuutjes van (werkt zes maand op een pigfarm), dus da’s leuk om nog eens te praten met een vriendje uit Wevelgem. De luxe van een huis zijn we weer heel gewoon (dingen koel houden, douche nemen, uitgebreid en afwisselend koken, niet wakker worden in een hete van, hassle free internet, etc.)
We hebben hier ook wat werk gezocht. Afwassen in resto’s, opdienen in resto’s, that kind of work. Zoveel uren kunnen we niet werken, maar we leven goedkoop en er komt toch wat geld binnen. Morgen staat er een dagje werken op de farm op het programma. Om 7u starten we met bloemplukken.
We denken om hier kerst en oud en nieuw door te brengen door wat te werken en af en toe iets met Hans te doen. Daarnaast gaat Dennis vaak vissen en kunnen we dus wat lekkers (kreeft!) smullen!

Gisteren bezochten we de Christmas Carols bij candlelight hier in de buurt. Er worden kerstliederen gezongen, iedere Australiër die er op afkomt koopt een lichtje en zingt mee met de powerpoint! Best gezellig om die mensen in actie te zien!

Hasta la proxima,
corleen.

Aussie 2009.12.21